De schemerige lichten van de supermarkt zoemen boven Ray. Hij sjokt met zijn voeten door de lege gangpaden. Zijn doffe blik glijdt over de schappen, onverschillig voor de aanbiedingen die door de etiketten worden geroepen. De gedempte liftmuziek lijkt zijn eenzaamheid te bespotten. Hij stopt voor de diepvriesproducten en staart naar zijn spookachtige weerspiegeling in het matglas. Hij zucht. Weer een donderdagavond.